De superlatieven van Limburgs Zwaarste

In het uiterste zuiden van Nederland wordt sinds 2007 een prachtige ultraloop gehouden: Limburgs Zwaarste. In de beginjaren heette de loop nog Limburgs Mooiste, maar naarmate de afstanden en het aantal hoogtemeters toenamen werd de huidige naam toepasselijker. De ultra had ik al vijf keer gedaan: in 2010 de toenmalig langste afstand van 72 km en daarna van 2011 – 2014 steeds de 100 km. In 2015 koos ik voor de 80 km aangezien ik al enige weken geplaagd werd door een ongemakkelijk virus (het herpes zoster virus dat gordelroos veroorzaakt en in wezen een geheractiveerd waterpokkenvirus is). Ik kon daardoor helaas niet op 100% vermogen lopen. Niettemin werd m’n duurvermogen door het virus gelukkig weinig beïnvloed. De marathon van Rotterdam had ik de week daarvoor ook zonder problemen kunnen doen al kwam ik ruim drie kwartier later over de finish dan normaal met een tijd van 4.24.04. Link naar foto-album

De 2015-editie van Limburgs Zwaarste beloofde een schitterende editie te worden. De lucht was ’s ochtends vroeg al strakblauw en de zon zou weldra opkomen en alles in een gouden gloed zetten. De start was even na zes uur en dan is het in het oosten al behoorlijk licht. Enkele lopers hadden nog hun looplamp opgedaan. In het eerste gedeelte door het bos zou het nog wel enig nut hebben, maar met goed uitkijken zou het lopen zonder lamp ook wel kunnen. Het was markant om te zien hoe snel het lengen van de dagen in april nog gaat. Vorig jaar was de Limburgs Zwaarste ongeveer twee weken eerder, en toen waren hoofdlampen in de eerste etappe nog zonder meer nodig.

SAM_3295  SAM_3305 
 SAM_3302  SAM_3337

Race director Willem Mütze gaf even na zessen het startsein en de groep lopers van de 80 en 100 km ging op pad. De groep lopers voor de 60 km ging later van start: om 9.00 uur. Voor de 100 km hadden de lopers 16 uur de tijd, voor de 80 km 13 uur en voor de 60 km 10 uur. Het parcours is zo ontworpen dat de 60 km het kernparcours vormt, waarbij dan twee uitbreidinglussen zijn voor de 80 en 100 km.

De eerste etappe

Het was een genot om buiten te zijn ook al was het nog erg fris. Een pully en trainingsjack waren in het begin wel nodig. Op verschillende plaatsen had het dicht aan de grond zelfs nog licht gevroren. Ik zag namelijk rijp op de velden. En de dauwdruppels aan de grassprieten waren bevroren. Om kwart voor zeven kwam de zon boven de horizon. Het is dan prachtig om daarvan een foto te maken, helemaal als je gaat inzoomen. De lucht wordt dan dieporanje. Een bijzonder fotomoment was toen ik op een landweggetje liep en de rookpluim van een lange smalle schoorsteen voor de zon zag drijven. De rookpluim kreeg door het tegenlicht een extra donker silhouet. Een kwartier later liepen we door donkerbruine akkerbouwgebieden met hier en daar een vrijstaande boom met een mooie symmetrische kruin. Het is een prachtig gezicht de scherpe tekening van de takken te zien tegen de blauwe lucht. Het leken wel enorme waaierkoralen uit de Stille Zuidzee.

SAM_3339  SAM_3344 
 SAM_3360  SAM_3324
 SAM_3409  SAM_3367
 SAM_3381  SAM_3383

Het was heerlijk om te lopen. Limburg was nog in ruste. Slechts hier en daar waren vroege wandelaars op pad om hun hond uit te laten, maar voor het overige kwamen we tijdens de eerste etappe niemand tegen. Om 7.41 uur kwam ik bij de eerste verzorgingspost aan, vlakbij het dorpje Nijswiller. We hadden nu 13,2 km afgelegd.

De tweede etappe

In het begin van de tweede etappe liepen we door een bos waar de vogels volop zongen. Het was voorjaar. Bomen, planten en struiken waren aan het uitlopen en het rook er fris: naar geurende bloemen en ontluikend groen. Op de ondergrond bloeiden grote plakkaten witte bosanemoon, een klein teer plantje dat ca 5 cm hoog is en een wit klokachtig bloempje heeft. Daarna daalden we af tussen de bloeiende sleedoornstruiken naar de grote weg van Nijswiller naar Vaals. Beneden aangekomen zie je aan de linkerzijde twee puntige torenspitsen boven de boomtoppen uitsteken. Ik verkeerde altijd in de veronderstelling dat het een of ander kasteel zou zijn, maar Google leerde mij dat het abdij Sint Benedictusberg was te Mamelis. In dit klooster kunnen gasten een aantal dagen verblijven in een eenpersoonskamer om tot rust te komen.

SAM_3428  SAM_3433 
 SAM_3442  SAM_3452
 SAM_3459  SAM_3448
 SAM_3465  SAM_3486

Onze route ging vervolgens over een heuvelrug door het Orsbacher Wald, net op Duits grondgebied. Van bovenaf was er een prachtig vergezicht over het dal met rechts het dorp Vijlen, beneden ons het dorpje Lemiers en links Vaals. Het pad werd plaatselijk overgroeid door bloeiende sleedoorns. Het voelde haast feestelijk aan om daar tussen te lopen. We staken bij een beekje, de Senserbach waar ook een oude grenssteen staat, de grens over en waren weer in Nederland, te Vaals. De route doorkruiste de hoofdweg tussen Vaals en Aken en ging richting Vaalserberg met zijn Drielandenpunt. Net voorbij Vaals was de tweede verzorgingspost ingericht. Ik klokte 9.00 uur precies en had nu 23,8 km afgelegd.

De derde etappe

De derde etappe leidde naar het hoogste punt van Nederland: de Vaalserberg die 322 meter boven NAP ligt. We liepen eerst langs de 34 meter hoge Wilhelminatoren, van waaraf men een spectaculair uitzicht heeft over het landschap. Een paar honderd meter verderop staat de 50 meter hoge Boudewijntoren, uiteraard op Belgisch grondgebied. Tussen beide torens in zijn drie grenspalen samengebracht. Hierover bericht Wikipedia het volgende:

SAM_3495   SAM_3501
 SAM_3504  SAM_3510
 SAM_3514  SAM_3547
 SAM_3560  SAM_3569

“De oudste grenspalen in het gebied zijn die van de voormalige Vrije Rijksstad Aken. Deze stenen van rond 1340 zijn te herkennen aan een afbeelding van de Duitse rijksadelaar. Van de 183 Akense grenspalen zijn er momenteel vermoedelijk nog 18 over, verspreid in het Aachener Wald. Het in 1928 geopende symbolische drielandenpunt wordt door veel toeristen aangezien voor het echte drielandenpunt, dat ongeveer vijftig meter verderop ligt. De verwarring wordt vergroot door het feit dat twee van de drie grenspalen ooit op het 'echte' drielandenpunt stonden. Het 'echte' drielandenpunt bij Vaals wordt tegenwoordig gemarkeerd door een grenspaal uit 1926. In dat jaar werden de oorspronkelijk in 1839 geplaatste paal nr. 193 (de Bismarckgrenspaal) en de in 1843 erbij geplaatste Nederlandse paal nr. 1 naar het symbolische drielandenpunt verplaatst. De Belgische grenspaal is een kopie die door de VVV Vaals is geschonken als vervanging van de verdwenen Moresnet grenssteen nr. XXXI. In het plaveisel rondom de 'echte' grenspaal zijn alle grenzen, ook die met het voormalige Neutraal Moresnet, aangegeven.”

In het gebied van het Drielandenpunt zijn in het verleden de grenzen herhaaldelijk verlegd. Ook waren tot de Eerste Wereldoorlog in het Maasdal en ten oosten daarvan diverse onafhankelijke enclaves waardoor onder meer het Drielandenpunt van 1839 tot 1919 zelfs een Vierlandenpunt was. Na de Eerste Wereldoorlog zijn diverse grenscorrecties geweest tussen België en Duitsland en werden vrijwel alle autonome enclaves bij België gevoegd.

Na het Drielandenpunt vervolgde de route naar het westen. Je passeert dan een groot infopaneel met wetenswaardigheden van de hertogen van Limburg en ook een infopaneel over het Krijtlandpad, een lange afstand wandelpad door het Zuid-Limburgse Mergelland. Gezien de contouren van het Krijtlandpad, valt een behoorlijk deel van het parcours van Limburgs Zwaarste daarmee samen. Het was heerlijk om door de bossen te lopen. Ik liep langs beukenbomen die net begonnen uit te lopen en hun tere lichtgroene blaadjes toonden. Daarna bereikte ik verzorgingspost 3. Het was nu 10.14 uur geworden bij een loopafstand van 32,0 km. Deze verzorgingspost was een verzorgingspost-plus. Er waren ook Limburgse Vlaaien en rijstpuddingen voorhanden naast ontbijtkoek, zoute chips, bananen en diverse soorten drank (water, cola, sinas, en warme thee). Hier ontmoette ik weer Marco die ik dit jaar al bij Drentsche Aa Trail en de Vuurtorentrail was tegengekomen. Uiteraard resulteerde dit in een kiek waar de heren de versnaperingen van de verzorgingspost zich lieten welgevallen.

De vierde etappe

De vierde etappe ging door het Geuldal met zijn vele beeksprengen. Een markant punt is de samenvloeiing van de Cottesserbeek en de Berversbergbeek die diepe kloven hadden uitgesleten in de grond. Vooral de bochten met de ca 2 meter hoge vertikalen wanden waren opvallend. Ander markant punt waren de populieren die werkelijk vergeven waren van de maretak, een parasitaire plant die grote groene takkenbollen maakten op de takken van hun gastheer.

SAM_3579   SAM_3583
 SAM_3591  SAM_3590
 SAM_3621  SAM_3641
 SAM_3642  SAM_3655
 SAM_3662  SAM_3667

Even verderop liepen we door een boomgaard met oude bloeiende perenbomen en passeerden we op enkele honderden meters afstand kasteel Beusdaal dat schitterend ligt in een laagte met fraaie boomgroepen in de nabijheid. Het kasteel ligt in Belgische provincie Luik, nabij de plaats Blieberg (Plombières). Het kasteel heeft twee torens. De grootste is een verdedigingstoren (een donjon) met muren van ca twee meter dikte. Bovenop de toren zijn getrapte ui-vormige spitsen gebouwd. De route vervolgde weer door bossen, maar ditmaal nog geheel kale beukenbossen waar het zonlicht fel doorheen scheen. Om 11.38 uur bereikte ik verzorgingspost 4, op 32,0 km vanaf de start.

De vijfde etappe

De vijfde etappe ging door de hoger gelegen bossen van het Gulpdal. Hier liep ik herhaaldelijk op de grens van bos en weide. Dat gaf vaak een prachtige doorkijk door laag overhangende takken van bomen. Er liepen al veel koeien in de weiden. De kuddes egaal roodbruine en zwartbonte koeien wisselden elkaar af. Een prachtige plaat was een koe met een nog heel jong kalfje die allebei recht in de lens keken. De koe stond daar echt zo moederkloekachtig mij aan te staren en het kalfje stond daar wat bedeesd erbij op zijn verhoudingsgewijs veel te grote en stevige poten.

SAM_3670  SAM_3672 
 SAM_3675  SAM_3677
 SAM_3685  SAM_3705
 SAM_3709  SAM_3717
 SAM_3732  SAM_3740

In het Gulpdal doorkruiste onze looproute de racefietsroute van de amateurs van de Amstel Goldrace. De wielerwedstrijd zelf werd de dag daarna gehouden. Maar wat een massa racefietsers waren in de weer! Het moeten ettelijke duizenden geweest zijn. Ik moest enkele malen enige tijd wachten om veilig de weg over te kunnen steken. We kwamen daarna in de Vijlenerbossen, het hoogst gelegen bos van Nederland volgens een infopaneel. Ja, het was klimmen (en dus wandelen) geblazen. Het bos bestond voor een aanzienlijk deel uit sparren en lariksen afgewisseld met diverse soorten loofbomen. Om 13.51 uur kwam ik bij verzorgingspost 5 aan die ik eerder ook had aangedaan als verzoringspost 3. Ik had nu 41,2 km gelopen en alles ging nog steeds gesmeerd.

De zesde etappe

De zesde etappe ging door een opener landschap waar veel afscheidingsheggen en veeweringen, zogeheten graften, staan. Volgens een infopaneel waren de graften in dit gebied doorgaans eeuwen oud en van grote natuurhistorische waarde.

SAM_3767   SAM_3770
 SAM_3777  SAM_3789
 SAM_3790  SAM_3799
 SAM_3818  SAM_3821

In deze etappe zag ik ook herhaaldelijk wijnbouwvelden. De wijnstokken waren allemaal keurig opgelijnd en werden ondersteund door palen en kabels. Vlak voor de zesde etappe kwam ik Henri Thunissen (race director van de Winschoten Run) tegen. Hij lachtte en vroeg hoeveel honderden foto’s ik al gemaakt had. Ik gaf aan zo rond de 600 te hebben gemaakt. Om 15.40 uur kwam ik aan bij de zesde verzorgingspost, op 53,0 km van de start.

De zevende etappe

In deze etappe gaat het parcours door overwegend open landschappen met prachtig bloeiende weiden (madeliefjes en paardenbloemen) en uitbundig bloeiende sleedoorns. Ook liepen we voor een deel over eindeloze akkers, met bruingrijze, pas omgeploegde lössgrond. Dat vormde een scherp contrast met de voorgaande etappes. Het parcours ging op een gegeven moment onder een spoordijk door waar een watertunnel met naastliggend voetpad was aangelegd.

SAM_3824  SAM_3828 
 SAM_3829  SAM_3834
 SAM_3844  SAM_3842
 SAM_3859  SAM_3878

Kort hierna ben ik van de route geraakt omdat grapjassen met hetzelfde rode markeringslint een alternatieve route hadden uitgezet die eindigde op een punt waar ik een uur eerder ook al had gelopen. Echter, ik wist van mijn voorgaande deelnames aan Limburgs Zwaarste dat ik bij een hoge zendmast moest komen op de rand van een bos op een heuveltop (het Kunderbergcomplex). Naar enig spoorzoeken kwam ik weer op de juiste route terecht en was weer ‘in control’. Met een kloktijd van 17.14 uur kwam ik bij de zevende verzorgingspost aan, op 62,5 km van de start.

De achtste etappe

Bij de zevende verzorgingspost kan een loper kiezen om de 80 of de 100 km te doen. Wil je de 100 km doen, dan maak je een lus naar het westen toe (o.a. Valkenburg) met één tussengelegen verzorgingspost. De zevende en negende verzorgingspost vallen namelijk samen. Hoewel ik zeer genoot van het buitenzijn en qua tijd nog royaal voor de tijdslimiet was gebleven, leek het mij toch beter om voor de 80 km te kiezen. Ik wilde m’n lichaam niet te zwaar belasten nu het toch al geplaagd werd door een virus. Bovendien vond ik het wel zo prettig om met de zon weer in Heerlen aan te komen. Het was een goede beslissing.

SAM_3880   SAM_3882
 SAM_3884  SAM_3893
 SAM_3895  SAM_3899
 SAM_3900  SAM_3910

De route liep nu door wat glooiender landschap waar ook asperges werden geteeld. De velden waren niet bedekt met een folie om zo veel mogelijk warmte op te nemen. Met deze zonnige topdag waren zulke hulpmiddelen helemaal niet meer nodig. Met een tijd van 18.28 uur kwam ik bij verzorgingspost acht aan in Bosschenhuizen, na 75,4 km. Het paard rook stal.

De negende etappe

De negende etappe staat geheel in het teken van de terugkeer naar de startlocatie (het clubhuis/kantine van Sportpark Imstenrade) aan de Zandweg te Heerlen. Diverse keren haalden lopers van de 100 km race mij in. Was ik in goede doen geweest, dan was dit naar alle waarschijnlijkheid niet gebeurd want ik ben gewoon om tegen het einde alles uit de kast te halen. Nu liet ik deze inhaalmanoeuvres maar gelaten gebeuren. Om 18.57 uur passeerde ik het bord Heerlen / Heële. Nog ca 2 km resteerden.

SAM_3914  SAM_3918 
 SAM_3919  SAM_3924
 SAM_3927  SAM_3934
 SAM_3945  SAM_3946
 SAM_3948  SAM_3952

Ik besloot iets te versnellen en kwam om 19.10 uur bij het clubhuis aan. Ik werd met een applaus begroet. Dat was een aangenaam en warm welkom. De 80 km zaten nu in de knip. Ik was heel blij en voldaan hoe alles was gegaan. Het was een topdag geweest, de mooiste editie van Limburgs Zwaarste tot nu toe. Deze editie gaat bij mij de boeken in niet zozeer als Limburgs Zwaarste of als Limburgs Mooiste maar als Limburgs Allermooiste, Allerbeste en Allerprettigste (triple A dus). Kortom de superlatieven zijn hier wel op zijn plaats. Mijn dank gaat uit naar Willem en Annemarie en aan alle vrijwilligers die deze loop mogelijk hebben gemaakt. Graag ben ik volgend jaar weer van de partij als de tiende editie wordt gehouden.

Raymond

Link naar foto-album 

contentmap_plugin

Tags: Ultralopen