Berenloop 2008: de mijlpaal van 100 marathons

100 marathons! Nooit gedacht dat ik dit aantal zou halen. De levensloop van een mens is even grillig als onvoorspelbaar. Voor mij is dit hét moment om bij deze mijlpaal eens stil te staan en terug te blikken over hoe het allemaal begon, wat er in de afgelopen elf jaar is gebeurd, en wat er nog gaat komen. Dit onderdeel van het verslag staat geheel beneden. Dit verhaal is een soort kroniek geworden van een hardloper, die op onverwachte wijze op het marathonspoor is terecht gekomen en sindsdien op dat spoor is gebleven. Het marathonlopen is voor mij een echte hobby geworden met veel aantrekkelijke elementen. Voor mij zijn de gezelligheid met (hardloop)vrienden en de gevarieerdheid van de vaak fraaie reisbestemmingen de elementen waar het om gaat. Een centrale plaats in dit geheel is weggelegd voor de studentenhardloopvereniging Erasmus Universiteit Road Runners. De leden van deze vereniging vormen een hechte vriendengroep, wat onder meer blijkt in de vele hardloop- en gezelligheidsactiviteiten door het jaar heen waar ook nog geregeld de oud-leden (Off the Roads) aan deelnemen.

De 100ste marathon
De 100ste marathon betekent voor mij een heuse mijlpaal in mijn leven. Na alles wat zich in de elf voorgaande jaren zich heeft afgespeeld, wilde ik deze mijlpaal niet ongemerkt voorbij laten gaan. En niets is leuker dan dit te vieren met de vrienden met wie ik in voorgaande jaren marathontrips heb gemaakt of met wie ik marathons heb gelopen. Zo waren ook de andere marathonverzamelaars, Joos de Bakker met Majet Spoelder en Kees Verburg van de partij. In hun huidige looptempo zullen zij tussen de 5 – 10 jaar ook de mijlpaal van 100 passeren. Enfin, je hebt een spreekwoord met iets over schapen en dammen…. Ook de trouwe marathontripganger Erwin van Harten was erbij en had onlangs aangegeven dat hij in de toekomst weer marathons gaat lopen. Goed nieuws dus. Erg leuk vond ik dat twee ‘ouwe’ vrienden van mij van buiten de Road Runners -Wouter Breeuwsma en Frank Breugem- ook bij m’n jubileummarathon present waren. Met hen heb ik in het verleden enige memorabele marathontrips gemaakt naar onder meer Moskou, Wenen en Budapest. Ook golden oldies zoals Arthur Driesen met Aagje Engel, en Jerry van Beek (die met twee maten speciaal met zijn zeiljacht van Rotterdam naar Terschelling was gevaren!), Edwin de Wit en Harmen Perk waren van de partij. Roadies van recentere datum, Patrick van Westerveld en Els Kinable waren er, eveneens een oud-huisgenoot van mij: Najim Argan en de vriendinnen van Erwin en Kees: Mayela respectievelijk Cilia met kinderen. Kortom het was een leuke afwisselende groep.

P1020211  P1020218 
 P1020238  P1020245
 P1020270  P1020277

Op vrijdagmiddag 31 oktober haalde ik met de auto Erwin en Mayela in Den Haag op en Patrick uit Amsterdam. Om 17.30 uur ging de snelveerdienst van Harlingen naar West Terschelling. Om even na kwart over zes stapten we aan wal. Met een bus gingen we naar onze slaapadres in de Folkshegeskoalle (Volkshogeschool) in Hoorn. Op dit adres hadden we zeven jaar geleden ook overnacht in een slaapzaal. In het verstilde dorpje Hoorn lag ook de kroeg annex restaurant De Groene Wei van zanger-cafébaas Hessel. Hessel is een plaatselijke grootheid en geniet bekendheid bij veel Terschellingbezoekers. Hessel laat zich het best typeren als een volkszanger met een doorleefde stem. De wat rauwere liederen (o.a. Johnny Cash) gaan hem het beste af. Hessel hadden we zeven jaar geleden bezocht en ook deze keer ontbrak hij in ons weekendprogramma niet.

Op zaterdagochtend maakten we een fietstocht over het eiland. Het duin en natuurlandschap De Boschplaat in het oosten van het eiland is erg fraai te noemen. Even na het middaguur streken we neer in het strandpaviljoen Heartbreak Hotel. Dat was een gezellig paviljoen in Elvis Presley jaren vijftig stijl. Er stond een jukebox, een benzinepomp uit de jaren veertig/vijftig, ettelijke antieke radio’s en tv’s en een rits Amerikaanse oldtimers op de planken. Verder stond er een grote, ronde, zwart ijzeren houtkachel in het midden van het paviljoen opgesteld. De brede kachelpijp ging eerst drie meter vertikaal omhoog, maakte dan een knik en liep dan naar de buitenwand. Rondom de kachel stonden houten zitbanken opgesteld alsof het een kampvuur betrof. Hierop zaten verschillende fietsers zich behaaglijk op te warmen. Het zitten bij zo’n warmtebron heeft overigens wel een risico. Je komt er moeilijk weer weg.

P1020213  P1020223  P1020231 

Halverwege de middag fietsten Patrick en ik verder naar Den Hoorn, waar we Wouter, Frank, Najim en Jerry zouden ontmoetten. Wouter en Frank hadden een bijzondere overtocht geboekt: in een klassiek zeiljacht met een meerpersoonshut voor de overnachting. Jerry lag met zijn eigen jacht in de jachthaven van West Terschelling. Hij lag te rusten toen we langs kwamen. De zee was erg ruw geweest en had de bemanning zwaar op de proef gesteld. ’s Avonds fietsten we met een harde tegenwind terug naar Hoorn waar we in de Folkshegeskoalle Tuur en Aagje tegenkwamen. Harmen en Els kwamen we even later in de kroeg van Hessel tegen. Om zeven uur togen we op pad naar het sfeervolle tapasrestaurant De Reis. Daar wachtte ons een prima tapasmaaltijd. Tijdens de maaltijd hield Joos een aardige speech en overhandigde een speciaal marathon t-shirt. Het was een geel t-shirt waarop aan de voorzijde de volgende tekst stond: Raym100d marathons. Cilia had ook iets speciaals bedacht. Ze had drie alimunium heliumballonnen meegenomen. Deze ballonnen moesten met hun koorden doorlopend aan iets vastgebonden blijven, anders zouden ze opstijgen. Op één ballon was het cijfer 1 groot afgebeeld en op twee ballonnen het cijfer 0. Ook kreeg ik een speciale tapasgang voorgeschoteld dat was opgesierd met drie kaarsen in de cijfers 1 0 0. Kortom alles stond in het teken van het magische getal honderd. ’s Avonds bezochten we nogmaals de Groene Wei van Hessel waar ik me vier Duvels goed liet smaken.

De volgende dag, zondag 2 november, was de grote dag. De dag begon grijs want het was mistig. Een groot winstpunt met de dag daarvoor was dat de wind was gaan liggen. Het was vrijwel winststil. Ik kleedde me met het speciale jubileum t-shirt en gordde de jubileumballonnen aan de riem van m’n buideltas. In deze outfit zou ik gaan lopen. De Torenstraat (centrale winkelstraat van West Terschelling) was een half uur vóór de start al een bedrijvige bedoening. Het startvak was nog grotendeels leeg, maar achter de dranghekken stond het al vol met publiek. De top van de vuurtoren De Brandaris was nog net zichtbaar in de nevel. Deze nevel was gelukkig niet erg dicht want boven was al een diffuus zonlicht zichtbaar. Het leek erop dat over een uur de zon zich er doorheen zou branden. Zoals het zich liet aanzien, beloofde het een rustige, stralende herfstdag te worden. Perfecte weeromstandigheden om iets te vieren. Mijn ballonnen trokken veel bijkijks. Herhaaldelijk werd ik door lopers en toeschouwers gefeliciteerd. Ook de spreekstalmeester riep om dat die dag een marathonloper, ene Raymond Barkman uit Rotterdam, zijn honderdste marathon ging lopen. Maar de volgende mededeling relativeerde direct deze prestatie. Er liep ook een marathonloper mee die zijn 431ste marathon ging doen. Ik wist dus meteen mijn plaats weer: een relatieve beginneling. Van onze volledige groep gingen uiteindelijk 5 personen lopen: Joos, Majet en ik deden de marathon. Joos liep de gehele marathon met mij mee als pacemaker en ultraloopster Majet liep de marathon als puur als een tussentijdse duurloop. Erwin en Najim richtten zich op de halve marathon. Ook was er een mobiele persdienst te fiets paraat, bestaande uit Wouter, Frank en Harmen. Patrick en Els reden met deze persdienst mee. Om 11.00 uur klonk het startschot en de marathonloopgroep kwam in beweging. Het was wel even wennen voor mij om met ballonnen te lopen. Door het rennen dwarrelden de ballonnen continu achter mijn rug. Het stuiteren van de ballonnen tegen elkaar gaf een continu hoog klepperend geluid. Het koord moest ik kort houden anders zouden de ballonnen in het gezicht van de andere lopers terechtkomen. Het stuk parcours langs de haven van West Terschelling met de klassieke schepen zag er fraai uit in de nevel. Je zag de silhouetten van de schepen met hun masten en tuigage in verschillende grijstinten. Toen we van de haven afdraaiden naar het binnenland werd de nevel dichter. Het zicht werd minder dan 100 meter en het diffuse zonlicht verdween. De hoofdweg van West Terschelling door de verschillende dorpjes naar Oosterend lag gehuld in dichte nevel. Ik werd me ervan bewust dat dit de eerste marathon was die ik in dichte mist liep. Zo’n kleine wereld had ook wel iets mystieks.

P1020284  P1020299 
 P1020310  P1020313
 P1020339  P1020331

De bewoners op Terschelling herinnerden de marathonlopers nadrukkelijk dat zij deelnamen aan een bijzondere loop: de Berenloop. Ik heb zelden zoveel ‘beren op de weg gezien’. Ze waren in allerlei grootten en uitvoeringen: van knuffelberen tot ijsberen en grizzlyberen. Verder waren op diverse plaatsen grote vervaarlijke berenklauwen op de weg geverfd. Ook de huizen en straten waren voorzien van vlaggetjes en vrijwel elk dorp of buurtschap was voorzien van een ereboog. Tijdens het lopen hebben Joos en ik herhaalde malen een fotostop gemaakt bij markante beren, erebogen en het publiek. Na ca 7 kilometer gingen we van de hoofdweg af en liepen over smalle tussenweg door de weilanden. Het was een markant gezicht een stoet lopers bezig te zien in een dichte mist. Je hoorde alleen wat voetengetrappel en gedempte stemmen. Ik kreeg opeens herinneringen aan mijn boeiendste schaatstoertocht ooit. Het was de legendarische toertocht uit 1994 over een volledig dichtgevroren IJsselmeer. De tocht liep van Stavoren naar Enkhuizen en terug. Ook toen zag ik een stoet mensen, een eindeloze stoet zelfs, die in beide horizonten steeds kleiner werd totdat de stoet daarin geheel was verdwenen.

In de mist van deze marathon zag ik veel koeien in de wei staan die ons dromerig aanstaarden. Zij bleven kalm op het plek staan. De paarden in de wei reageerden echter anders. Ons geren had op hen een aanstekelijke werking. Ze gingen meedraven in de wei. Dat was een fraai gezicht: drie paarden die achter elkaar in sierlijke cirkels door het weiland koersten. Een paard heeft dan echt iets weg van een edel dier. Na ca 10 km kwamen we weer op de hoofdweg terecht. De nevel werd gaandeweg steeds dunner en toen we bij ons dorp Hoorn aankwamen, was de nevel zelfs geheel opgetrokken. Op de toegangsweg naar de Folkshegeskoalle kwamen we Kees, Cilia en de kids tegen. Na enige fotoshots te hebben genomen, trokken we weer verder. Vlak voor Oosterend, het meest oostelijke dorp op Terschelling was een markant punt. Daar stond een fraaie klassieke Friese hals-rompboerderij met fel oranje dakpannen. Voor de boerderij graasde een grote kudde schapen in de wei. In de verte, achteraan het weiland, zag je een zeedijk lopen als een soort einde van de wereld.

P1020361  P1020380 
 P1020383  P1020439
 P1020396  P1020448

Na Oosterend liepen we het duinlandschap De Boschplaat in. Dat landschap is markant door zijn afwisseling tussen zandduinen, gecultiveerde binnenkwelders, vennetjes en heidevelden. Als oud-Veluwenaar ben ik gewend dat heide op droge zandgronden groeit. Op Terschelling was dat totaal anders. De heidevelden waren zeer natte gronden, niet zelden begrensd door uitgestrekte heidevennen. Het was dankbaar werk om hier foto’s te maken. Boven aan een helderblauwe hemel scheen een schelle winterzon. Hier en daar zwierven nog verdwaalde wolkenflarden in de lucht. Beneden zag je afwisselende landschappen van paarse heidevelden, blonde zandduinen, glinsterende waterpartijen en donkergroene bossen in de verte. En het marathonlopen door al dit moois? Ach dat ging vanzelf.

P1020405  P1020466 
 P1020471  P1020474
 P1020482  P1020521

Op ca 23 km ging de marathonroute een heuvelachtig bosgebied in. Ook dat was erg fraai gedeelte. De bonte afwisselingen in de herfsttooi variërend van donkergroen, lichtgroen, goudgeel tot de dieprode kleur van beuken maakte alles tot een boeiend kleurenspel. We waren waarschijnlijk net op het juiste weekend op Terschelling om de bomen in hun mooiste tooi te zien. De route liep daarna achter de dorpen langs op de rand van het duin- en bosgebied. De nevel keerde hier af en toe met flarden terug. Op ca 32 km naderden we het dorp Midsland aan Zee. Je moest daar een steile duintop over om bij het strand te komen. Bij het omhoog rennen van de duintop merkte ik voor het eerst dat mijn benen zwaar waren geworden. Dit was ook niet echt verwonderlijk. Joos en ik hadden ons aardig geweerd tijdens deze marathon. In het begin waren we door de vele fotosessies in de achterhoede geraakt. Maar daarna hadden we een gestage inhaalrace ingezet en waren nu in het middenveld aanbeland.

P1020534   P1020507
 P1020580  P1020588
 P1020595  P1020692

Het ca 2,5 km lange zandparcours over het strand was gelukkig hard. Ook hadden we hier de wind in de rug. Hoe anders was het zeven jaar geleden toen we moesten vechten tegen een stormachtige tegenwind met opwaaiend zand! Helemaal soepel ging dit gedeelte voor mij echter niet. M’n hamstrings in de benen meldden zich met regelmaat. Ik verlaagde mijn snelheid om te voorkomen dat mijn hamstrings verder zouden verzuren. Pacemaker Joos hielp me hier gelukkig door een moeilijk moment heen. Het nemen van foto’s op het strand was ook dankbaar werk. Voor me zag ik de donkere silhouetten van lopers in een goudgrijze nevel met daarboven de zon. Vlak voor het verlaten van het strand haalde Majet me in. Zij zag er fris en opgewekt uit. Maar goed, voor een 100 km-loopster is een marathon een soort warming up geworden. Alles is immers relatief. Nadat we het strand hadden verlaten en weer in het bosgebied aankwamen, kon ik weer wat snelheid maken.

 P1020710 P1020715 
 P1020719  P1020731
 P1020751  P1020758

De laatste drie kilometers gingen zelfs vrij soepel. De vuurtoren De Brandaris van West Terschelling kwam rap in zicht. Op een afgezet kruispunt aan de rand van het dorp stond een grote groep toeschouwers. Daar was een soort braderie gaande met vuurkorven. Ook was er een vier meter hoge teddybeer opgesteld. Ik vond het wel prettig om weer in de bewoonde wereld terecht te komen. Je krijgt aanmoedigingen van het publiek en dat helpt als de benen zwaar zijn geworden. Het paard rook stal en de laatste paar honderd meter door de Torenstraat heb ik zelfs met een versnelling kunnen afleggen. Op 3.55.51 uur kwam ik moe maar heel gelukkig over de finishlijn. Een historische mijlpaal was bereikt. M’n vriendenclub aan de finish overhandigde een bruisende fles champagne. Cilia spelde mij een fraaie oorkonde-medaille 100 op het t-shirt. Deze oorkonde betekende meer voor mij dan elke medaille afzonderlijk. Immers het was de belichaming van 11 jaren noeste arbeid over 100 marathons. De tijden van de andere lopers waren: Majet (3.52.53), Joos (3.55.50), Erwin (1.30) en Najim (1.49.12). De snelste loper kwam op 2.31.12 binnen.

P1020763  P1020783 
 P1020796  P1020800
 P1020802  P1020806

Na afloop van de marathon gingen Joos en Majet, Frank Wouter en ik nog even een gezellig café binnen vlak aan de voet van de Brandaris. Of het toeval was of niet, de man van de 431 marathons kwam even aan onze tafel. Hij was de bescheidenheid zelve. Hij zei dat hij die dag zijn 50ste marathon had gelopen. Majet kende hem kennelijk al langer want zij gaf aan dat hij bedoelde te zeggen dat hij vandaag zijn 50ste marathon van dit jaar had gelopen. Uiteindelijk kwam ook de aap uit de mouw over het totaal aantal marathons dat hij had gedaan. Dit was pas een echte marathongigant! Wouter en Frank hadden ook een verrassing bij zich: een fles champagne en een oorkonde. De foto op de oorkonde kon ik ondanks de duizenden foto’s die ik had gemaakt, meteen thuisbrengen: de marathon van Budapest. Na een uur namen we afscheid van elkaar. Joos en Majet bleven nog op het eiland en Frank en Wouter namen een andere veerdienst dan ik. Tijdens de terugtocht blikte ik terug op deze gedenkwaardige dag. Het was een mooie dag geweest in velerlei opzicht.

P1020810  P1020812 
 P1020811  P1020815

Wat nu na de 100ste marathon?
Kort na het volbrengen van m’n 100ste marathon werd ik geïnterviewd door een redacteur van het personeelsblad Zuid Holland Review van mijn werk bij PricewaterhouseCoopers. De redacteur vroeg of ik in een zwart gat zou vallen nu deze mijlpaal is bereikt. Deze vraag is door mensen om mij heen vaker gesteld. Kennelijk ziet men het getal 100 toch als een soort eindstation. Voor mij is het slechts een tussenstation. Ondanks m’n 44 jaren heb ik het gevoel dat ik nog steeds niet op m’n top ben. Ik heb nog steeds de ambitie om m’n grenzen te verleggen. Ook ben ik van mening dat een mens in zijn leven continu nieuwe uitdagingen moet aangaan. Dat geeft richting voor jezelf. Mijn nieuwe doelstellingen liggen nu op het vlak van ultraloop en de triathlon. Voor volgend jaar heb ik mezelf al ingeschreven voor een Rondje Texel. Dat is een loop van 60km. De echte bikkel loopt een ronde met de klok mee en een ronde tegen de klok in. Maar voor zulke fratsen ben ik fysiek nog niet klaar voor. Misschien in de wat verdere toekomst wel. Een andere tot de verbeelding sprekende uitdaging is de triathlon. Ik hoop over ca drie jaar mijn eerste volledige triathlon te doen, bij voorkeur op een fraaie aansprekende locatie. De Iron Man van Hawai zou een geweldig debuut zijn. In september 2007 heb ik tezamen met Najim als eens deelgenomen aan de kwarttriathlon van Heerjansdam. Dat was een heel plezierig kennismaking met dit sportevenement. Met name de afwisseling sprak mij erg aan. Kortom er is nog volop werk aan de winkel en een heleboel te beleven in deze wereld. Voor zwarte gaten heb ik geen tijd.

Raymond

Link naar fotoalbum

P1020814  P1020817  P1020818 

(Voor de geïnteresseerde lezer staat hieronder een terugblik op 11 jaar marathons).

De terugblik op voorbije jaren
100 marathons! Nooit gedacht dat ik dit aantal zou halen. De levensloop van een mens is even grillig als onvoorspelbaar. Voor mij is dit hét moment om bij deze mijlpaal eens stil te staan en terug te blikken over hoe het allemaal begon, wat er in de afgelopen elf jaar is gebeurd, en wat er nog gaat komen. Dit verhaal is een soort kroniek geworden van een hardloper, die op onverwachte wijze op het marathonspoor is terecht gekomen en sindsdien op dat spoor is gebleven. Het marathonlopen is voor mij een echte hobby geworden met veel aantrekkelijke elementen. Voor mij zijn de gezelligheid met (hardloop)vrienden en de gevarieerdheid van de vaak fraaie reisbestemmingen de elementen waar het om gaat. Een centrale plaats in dit geheel is weggelegd voor de studentenhardloopvereniging Erasmus Universiteit Road Runners. De leden van deze vereniging vormen een hechte vriendengroep, wat onder meer blijkt in de vele hardloop- en gezelligheidsactiviteiten door het jaar heen waar ook nog geregeld de oud-leden (Off the Roads) aan deelnemen.

Hoe het allemaal begon
Het begon allemaal twaalf jaar geleden, november 1996, toen ik lid werd van de Road Runners. Een goede vriend van mij, Peter Pol, was enkele maanden daarvoor lid geworden. Met Peter trainde ik reeds enkele jaren op de zondagmiddag rond de Rottemeren. We startten bij de Ommoordbrug bij de Skiberg en liepen dan langs de Rotte naar de spoorlijn en dan weer terug. Dat was een afstand van ca 15 km. Aan die 15 km had ik destijds mijn handen vol. We hebben enige jaren lang door weer en wind gelopen. Ik kan me niet herinneren dat we ons ooit door de weergoden hebben weerhouden. Twee wintertrainingen staan mij nog helder voor de geest. Bij een training was het mistig weer en er werd op de Rottemeren geschaatst. Je hoorde stemmen in de nabijheid zonder dat je schaatser zag. Je kon niet goed uitmaken of een schaatser dichtbij voorbijkwam of een eind verderop. Geluid draagt namelijk ver in de mist en helemaal op een open gladde ijsvlakte. Ook hoorde je het breken van het ijs. Het ontstaan van een scheur gaat met een zeker zingend geluid gepaard: “Tjongjongjong”. Bij een andere training was het werkelijk beestenweer. We hadden harde wind tegen en hagel en sneeuw werd in onze gezichten gesmeten. Dat was pas vechten tegen de elementen! Maar we waren qua kleding goed toegerust op deze atmosferische gesels en we hadden er schik in dat we ons niet hadden laten afschrikken. Immers na afloop wachtten ons een warme douche en droge kleren.

Peter wilde na enige tijd langere afstanden lopen: zelfs een marathon. Hij was kort daarna de Road Runners tegengekomen die zich juist op de marathon had toegelegd. Hij was over dit cluppie erg enthousiast en vertelde dat er een goede looptrainer was: Cees van Muiden. Peter spoorde mij aan om ook lid te worden. Ik aarzelde nog. Mijn voeten waren volgens mij niet toegerust voor het afleggen van lange afstanden. Een langere afstand dan 10 leidde steevast tot blaren, en dat bleef doorgaans niet tot één blaar beperkt. Verder was ik van mening dat het menselijk lichaam niet is gebouwd voor zulke slijtageslagen. Maar goed, de gestage drup holt de steen uit, zo ook hier. Op een gegeven moment besloot ik op introductie van Peter met de Road Runners eens mee te trainen. Een warm welkom viel mij ten deel. De eerste training beviel uitstekend en ik bemerkte dat ik met de lopers prima kon meekomen. Ik besloot gelijk met de Road Runners te blijven meetrainen voor de marathon van Rotterdam. Die was slechts nog vijf maanden later. Maar zou deze periode niet te kort zijn om je fysiek daarop te kunnen voorbereiden? Wie zou het zeggen? Het zou ik hoge mate van m’n trainingsarbeid afhangen. Een andere belangrijke factor die de marathon beter in mijn bereik bracht, was het laten aanmeten van goede hardloopschoenen. Zo kon ik voor eens en altijd afrekenen met de blaren. De orthopedische sportschoenenzaak Jongenengel mat mij goede loopschoenen aan met inlegcorrectiezolen. Nu voelde ik me gerust. Laat de marathon van Rotterdam maar komen!

Het trainen voor de marathon van Rotterdam ging eigenlijk heel vanzelf. Mijn lichaam hoefde zich niet drastisch aan te passen aan het hardlopen. Ik liep zelf al vanaf mijn veertiende jaar twee/drie maal per week. Dus mijn lichaam had royaal de tijd gehad om zich op het hardlopen te kunnen instellen. Wel nieuw voor mij waren de interval- en baantrainingen. In mijn toptrainingsweken liep ik vier keer per week. Mijn hoogste kilometrage in één week bedroeg (slechts) 65 km, en dat bij een doelstelling van 3.15 uur!

De eerste marathon
Op 7 april 1997 was de grote dag. Mijn ouders uit Lunteren waren voor de gelegenheid overgekomen en zouden ergens langs de route staan. Omdat een marathon voor mij een heel nieuwe, maar indringende ervaring was, staan een reeks momenten mij nog helder voor de geest, ook al is het meer dan elf jaar geleden. Zo kan ik me nog herinneren wat voor weer het was. Het was vrij zwaar bewolkt met af en toe ruimte voor de zon. Het was ca 12 graden en er stond wat wind: echt aprilweer. Ik stond vrij ver achteraan in de mensenmassa op de Coolsingel. Dat bleek geen handige zet te zijn van de ambitieuze loper die daar zijn debuutmarathon in 3.15 wilde lopen. De eerste zeven kilometer zat ik muurvast in de massa. Dat maakte mij ongeduldig en enigszins gefrustreerd. Ik heb herhaalde malen vreemde capriolen moeten uithalen om sjokkende breed uitgewaaierde loopgroepen te kunnen passeren. Het waren sprintjes in de berm en hink-stap-sprong-acties door de mensenmassa. Deze manoeuvres kostten mij (te) veel energie naar later bleek.

Na 7 kilometer werd het veld open. Ik kon versnellen en eindelijk mijn eigen tempo lopen. Ik richtte me op de 23.30 minuten op de 5 km. Na 15 km kwam ik Taco Petri tegen. Destijds was hij al een oudgediende bij de Road Runners. Hij liep samen met iemand anders. Hij zei tegen mij: “Ik loop een eindje met je op”. Ik vond het prima. Tijdens de trainingen had ik gemerkt dat Taco in een uitstekende conditie verkeerde en sneller was dan ik. En samen kunnen lopen met een snelle pacemaker op je debuutmarathon was perfect. Je kunt het niet beter treffen. Taco en ik gingen tijdens de race continu versnellen. Dat was heerlijk. We liepen geheel aan de linkerzijde van het deelnemersveld en waanden ons op de linkerbaan van de snelweg. Ik had power in de benen en die wilde ik benutten ook! Het samen oplopen heeft als bijkomend voordeel dat je scherp blijft en dat het tempo niet inzakt. We jutten elkaar ook op tijdens de race. Het tempo ging heel geleidelijk steeds verder omhoog. Ongeveer 25 km na de start, vlak voor de Erasmusbrug bemerkte ik dat ik te onzuinig met mijn energie was omgesprongen en dat mijn benen zwaar begonnen te worden. Ik had met mijn krachten gesmeten en dat jongehondengedrag ging zich nu wreken. Ik gaf Taco bij het begin van de brug aan dat ik op een tandje lager verder moest. Taco ging daarop alleen verder. Aan het einde van de Erasmusbrug zag ik opeens mijn ouders staan. Mijn vader had mij ook gezien en seinde m’n moeder in. Het was werkelijk een flitsmoment en ik kon ze nog net meegeven dat alles nog goed ging.

Op de Maasboulevard (de marathonroute liep toen anders dan tegenwoordig) kon ik mezelf op een lager tempo gelukkig weer herpakken. Bij de Erasmus Universiteit voelde ik me sterk genoeg om weer een tandje bij te zetten. Bij de drankpost op de 30 km stond Joos de Bakker, toen ook al een icoon binnen de Road Runners. Gezien zijn verhit en rood voorkomen zat Joos op dat moment er helemaal doorheen. “Ik moet even rust nemen”, zei Joos. Dat was voor mij verrassend. Ook Joos had ik sneller ingeschat dan mijzelf. Op de 30 km klokte ik op 2.15. Nog keurig op schema voor de 3.15! Op de 31 km kwam ik Taco weer tegen. Nu zat ook hij stuk. Hij liep tegen de stroom in om met iemand verder te lopen. Ook dit was voor mij een verrassing maar bovenal een mentale opsteker. Deze jonge hond deed het kennelijk zo slecht nog niet! Maar helaas, op de 32 km ging ikzelf plotseling voor de bijl. Ik kreeg een acute krampaanval in de hamstrings van beide benen. Deze blokkade was totaal. Ik kon werkelijk niets doen om de hevige kramp eruit te krijgen. Strekoefeningen en wandelen: het hielp allemaal niets. Op een gegeven moment heb ik zelfs een kwartier lang machteloos langs de kant gestaan en moest tandenknarsend toezien hoe een gestage stroom marathonlopers voorbij trok. Op een gegeven moment besloot ik verder te gaan: kramp of geen kramp. Met stilstaan zou ik de eindstreep nooit halen. De eerstvolgende twee kilometers waren buitengewoon lastig. De kramp dreigde steeds terug te komen. Als ik een krampdreiging voelde aankomen dan bracht ik vlug de snelheid omlaag om een spierblokkade nog net te kunnen voorkomen. Instinctief handelde ik juist. De kramp was waarschijnlijk terug te voeren op een teveel aan melkzuur in de spieren. Door in beweging te blijven, bleef de bloedsomloop in de spieren gaande. En door op een laag tempo te blijven lopen, overvroeg ik de hamstrings niet en konden deze spieren zich weer schoonspoelen. Op de 35 km was ik weer genormaliseerd. Met een opgelucht gevoel kon ik weer verder en heb de laatste zeven kilometers op vrijwel normale snelheid kunnen afleggen. De mensenmassa’s op de Blaak en de Coolsingel vond ik erg prettig. Het publiek was erg enthousiast en schreeuwde de lopers haast naar de finish toe. Moe maar met een euforisch gevoel passeerde ik de eindstreep in 3.29.30. Dit was dus een marathon. Afzien maar toch doorzetten en volbrengen.

Na afloop van de marathon ben ik tezamen met m’n ouders met de metro naar huis gegaan. Ik moest nog een stukje wandelen van het metrostation naar mijn huisadres. Wandelen was eigenlijk een te mooi woord; strompelen was een passender benaming. Mijn ouders konden gewoon wandelen, ik niet. Ook dit was een nieuw fenomeen voor mij: stijve, pijnlijke benen hebben. Ik kan me niet herinneren of ik direct na de finish wel uitgebreid gerekt en gestrekt heb zoals ik nu wel doe. Een jonge vent met een medaille om zijn nek ging als een stramme tachtigplusser over straat. Ik geneerde me haast. Maar de prettige wetenschap dat thuis een warme douche en warme kleren wachtten, maakte veel goed. ’s Avonds zijn we gaan tafelen in het Chinees-Indisch restaurant Wan Kok. Trainer Cees had ooit gezegd dat het eten van vlees goed is voor een snel herstel van beenspieren. De eiwitten in het vlees kan het lichaam snel inzetten om het beschadigde spierweefsel te herstellen. Dit advies had ik goed in mijn oren geknoopt. We combineerden dus het nuttige met het aangename en lieten ons de voortreffelijke Chinese rijsttafel goed smaken. In het restaurant zag ik overigens een atletisch gebouwde man ook nogal stijfjes lopen. Waarschijnlijk een lotgenoot van mij. Dat wilde ik nog even checken. Ik vroeg hem:”Marathon gedaan?” “Kan je dat zien?” zo repliceerde hij met een zurig lachje.

De volgende dag was echt een verschrikking. Ik kon haast geen looppassen maken. Zo stijf waren de benen. ’s Middags heb ik een herstelloop gedaan rond de Kralingse Plas. Trainer Cees had aangegeven dat een herstelloopje goed zou zijn. De eerste km hardlopen leek echt nergens op. Het was langzamer dan rustig dribbelen. Na 1 km deed ik enige rek- en strekoefeningen. Dat hielp iets. Ik voelde de spieren wat losser worden. Ook het hardlopen langs de Plas bracht verbetering. De spieren waren warm geworden en daardoor soepeler. Vrijwel thuis aangekomen liep ik haast weer op normaal trainingstempo. Daar deed ik nogmaals rek- en strekoefeningen en nam een hete douche. Dit alles had een geweldig effect. Alle stijfheid was op dat moment verdwenen. Ik was blij het trainingsadvies te hebben opgevolgd. Hoewel ik de dagen nog wel enige stijfheid in de benen voelde, kon ik vrij snel daarna weer mijn normale ritme oppakken. Wel hield ik me onder wakend oog van trainer Cees in op de trainingen gedurende drie weken na de marathon. Daarna ging ik weer vol aan de bak.

De marathons daarna
De gebeurtenissen op mijn debuutmarathon van Rotterdam bleek gelukkig uniek te zijn. Ik heb in de volgende 99 marathons nooit meer zo’n heftige kramp in de hamstrings gehad als toen. Ik was inmiddels wijzer geworden. Ik maakte geen beginnersfout meer door met krachten te smijten en als een dolle hond te gaan hollen. Een evenwichtige opbouw van de race, daar gaat het om. Elke minuut die je in de eerste tien kilometer te snel loopt, verlies je in drievoud op de laatste tien kilometer. Niets geeft zo’n mentale kick als je op de laatste kilometers nog energie over hebt om te versnellen en onverstoorbaar kunt laveren tussen de andere lopers die wandelen of op waakvlamtempo doorsjokken. Mentaal gezien krijg je vleugels. Dit heb ik gelukkig redelijk vaak mogen meemaken in de volgende marathons. Ook in mijn rol als pacemaker op de marathondebuuts van Gero Kloppmann, Hans Moerman en Jeroen Kuilman heb ik deze strategie met succes kunnen toepassen. Zij konden alle drie op de laatste zes kilometer versnellen en voltooiden de marathon allemaal sneller dan hun haas.

De eerste drie jaren na m’n eerste marathon liep ik slechts twee marathons. Een in het voorjaar en een in het najaar. In de tussenliggende maanden deed ik niets extra’s om me op een volgende marathon voor te bereiden. Als voorbereiding op de eerstvolgende marathon volstond ik met rennen van drie lange duurlopen. Een rondje Rottemeren vanaf mijn huis was 32 km. Het was een ideaal en fraai parcours. Ik rende dan twee maanden vóór de volgende marathon m’n eerste duurloop. Deze ging altijd stroef. Meestal deed ik er drie uur over. De tweede volgde twee weken daarna. Deze ging al wat beter, maar de behaalde tijdwinst was nog sprokkelwerk. De derde duurloop liep ik weer twee weken later en deze ging steevast soepel. Ik merkte aan mijn lichaam dat het duurvermogen weer terug was. Meestal legde ik de derde duurloop in 2.45 uur af.

In april 2000, na m’n tweede marathon van Rotterdam, besloot ik om m’n grenzen te verleggen. Ik was van plan om elke maand een marathon gaan lopen. Dat liet ik me links en rechts sporadisch ontvallen. De reacties waren heftig. Werkelijk iedereen was over me heen gevallen. Ook trainer Cees raadde het mij sterk af. Road Runners Kees Verburg en Erwin van Harten hadden kort daarvoor in een jaar tijd acht marathons gedaan en waren op hetzelfde moment voor maanden geblesseerd geraakt. Dat hing als een donkere schaduw boven de vereniging. Maar eigenwijs als ik ben, ging ik toch m’n eigen gang. Ik stelde me op mijn standpunt dat slechts één ding mij kon aangeven of een maandelijkse marathon verantwoord was of niet: mijn benen. Zolang deze prima aanvoelden was er niets aan de hand. Het was voor mij haast vermakelijk om te zien hoe het vervolg zijn beslag kreeg. De eerstvolgende vier marathons legde ik steeds sneller af. Van ca 3.50 naar 3.35 uur. De kritiek verstomde. En die marathons? Ach, ze werden een soort leefritme voor me.

Kort vóór mijn achtste maandelijkse marathon werd ik vaag ongerust. Ik voelde soms bij het traplopen een vreemd gevoel in mijn linker knieschijf. Zou ook een redelijk getraind menselijk lichaam toch niet berekend zijn op zeven of acht marathons vlak achter elkaar? Tijdens de zeven voorafgaande maandmarathons had ik nergens last van gehad. Gelukkig gebeurde niets bijzonders tijdens de achtste maandmarathon. Terugblikkend denk ik dat sprake was geweest van een fantoompijn. Je voelt iets terwijl daarvoor geen fysieke oorzaak is aan te wijzen. Ik heb in al mijn marathons wel altijd scherp naar mijn lichaam geluisterd. Als ik ergens pijn voelde, dan ging ik nauwkeurig na waar de pijn in zat. Betreft het spieren: niet erg. Je kunt in principe gewoon doorlopen, misschien op een iets gematigd tempo. Spierpijn is een ‘dagpijn’, morgen is het wellicht weer over. Betreft het pijn aan de pezen/peesaanhechting (o.a. het scheenbeen): dan is het opletten geblazen. Ga heel ingehouden lopen en neem veel rust(dagen). Betreft het pijn aan de gewrichten: stop direct met lopen en neem enkele weken absolute rust. Lichaamssignalen mogen beslist niet genegeerd worden. Het gebruik van pijnstillers vind ik daarom uit den boze. Dit is niets anders dan jezelf voor de gek houden. Volgens trainer Cees is het mijn redding geweest dat ik na elke marathon voldoende rust heb genomen. Mijn gevoel zegt dat dat inderdaad juist is. Je moet je lichaam genoeg tijd gunnen om te kunnen herstellen.

De maandelijkse marathons voerden mij naar vele fraaie bestemmingen. Het is echter niet doenlijk om hierop uitgebreid in te gaan. Ik volsta daarom met een classificatie van de 100 marathons in vier categorieën. In beginsel probeer ik zo veel mogelijk marathon op verschillende locaties te lopen, maar een nieuwe locatie lukt niet altijd. Er zijn ca 20 doublures. Voorts loop ik Rotterdam -de marathon van het huis- sinds het jaar 2000 jaarlijks. Mijn marathonverzameling beslaat de volgende categorieën. Als een marathon door zijn parcours of entourage bijzonder is, is dat aangegeven met een of twee plustekens. Ik ben me ervan bewust dat dit een subjectieve normering. Bovendien spelen weersomstandigheden ook een grote rol hoe je een marathon ervaart.

1. de Europese hoofdstedelijke marathons
Hiertoe behoren van West naar Oost: Reykjavik (+), Lissabon, Madrid, Dublin, Parijs (+), Brussel, Luxemburg, Amsterdam, Rome (+), Malta (+), Kopenhagen (+), Oslo, Stockholm (+), Praag, Wenen(+), Berlijn, Budapest (+), Warschau, Athene (+), Vilnius, Tallin (+), Helsinki (+), Moskou en de voormalige Turkse hoofdstad Istanbul (+).

2. de verre stedenmarathons
New York (+), Hong Kong (+), Havana (+), St. Petersburg (+), Marrakech (Marokko) (+).

3. de evenementenmarathons/ultraloop
Chinese Muur (++), Midsummer sight marathon boven de poolcirkel in Noorwegen (+), de Untertage marathon van Sondershausen ((+) dit is in een zoutmijn, 700 meter onder de grond), de Grottenmarathon van Valkenburg, de Neujahrsmarathon op 1 januari om 0.00 uur in Zurich, Run to the lowest point on earth (++) (50 km naar de Dode Zee, maar deze tel ik niet mee als marathon).

4. de landschapsmarathons
Val de Travers ((++) een bergmarathon in Zwitserland), Liechtenstein (++); diverse marathons in Frankrijk: Cahors et de la gastronomie ((++) Bordeaux), Mont St Michel ((++) Normandië) en Azay le Rideau (+), Mélun, Valenciennes, Orléans; diverse marathons in België: Flanders Fields, Marathon de la Nature ((+) nabij Namen), Olne ((+) nabij Luik), Slachte marathon ((+) Friesland), de Zeeland marathon (+), de Zuiderzee marathon, de marathon van Hoorn (+), de Mergelland marathon, de Maas marathon, Midwinter marathon van Apeldoorn, de Berenloop van Terschelling (+), Diever (+), Monschau (+), Bredelar en enige andere Sauerlandmarathons, Advent Walt marathon, Königswinter (+), Husum (net onder Denemarken), Königsfrost ( nabij Keulen), Echternach en Lambrouch (+) (beiden in Luxemburg).

5. de ‘om de hoekmarathons’ in Nederland, België en Duitsland.
Hiertoe behoren: Rotterdam, Leiden, Enschedé, Groningen, Hilvarenbeek, Oirschot, Gent, Kortijk-Brugge, Keulen, Steinfurt, Kevelaer, Louis Persoons marathon, (nabij Genk, België), Halle-Leizig, Salzufeln (boven Sauerland) en Kassel.

Van bovengenoemde marathons zijn enkele echt bijzonder te noemen. Zo waren de marathons naar New York, Moskou en Athene geweldige trips. Niet alleen vanwege de bestemming, maar vooral door de leuke groep waarmee we op pad gingen en het plezier dat we hadden in de dagen erom heen. Van Moskou is onder meer het beruchte drinkgelag met de flessen wodka zeer memorabel. En wat betreft het bijkomende vakantieaspect waren de marathons naar Hong Kong en Havana erg leuke marathontrips.

Kijk ik naar het vermaak tijdens de marathons, dan staat Cahors op eenzame hoogte. Het was een grootse feest- en verkleedpartij. Het was vermakelijk om te zien in welke uitdossingen te Fransen op pad gingen: een indianenopperhoofd met zware hoofdtooi en rinkelstaf, een zwembadgast met duikbril en slippers, een zwaar bebrilde kantoorklerk met naar rechts strak gekamd haar (waarbij zo ongeveer een pot brillantine in zijn haar zat) en die zich strak in het pak met stropdas had gehesen, een boom van een vent in een zuurstokroze gaasbrokaat bruidsjurk met prinsessenkroontje, een vent in een zwarte pij van een moeder overste met een witte kap en voorts nog een grote groep harlekijns. Ook het heuvellandschap met zijn bossen en wijngaarden rondom Cahors was erg fraai. De Franse krant kopte daags daarna met een veelzeggende hoofdtitel: “C’est sûre: ils reviendront l’année prochaine” Vrij vertaald: “Dat staat vast: volgend jaar zijn ze er weer”. De Fransen zijn echt feestbeesten. Als ze los komen, houd je maar vast. Ook in de marathon van Mont Saint Michel lieten zij zich weer van hun beste zijde zien. New York mag ik ook niet onvermeld laten. De New Yorkers gaan bijkans uit hun dak tijdens de marathon. Hartverwarmend is dat.

Wat betreft de bijzonderheid van het parcours mag ik m’n recente marathon: die over de Chinese muur op een onbetwiste eerste plaats zetten. Wat een prachtige uitzichten op de muur heb je daar en hoe verrassend anders is het Chinese landschap! Er zijn meer prachtige landschapsmarathons: Val de Travers, Liechtenstein, Jordanië (Run to the lowest point on earth), de diverse Ardennemarathons, maar ook de Zeelandmarathon kan ik de marathonliefhebber van harte aanbevelen.

Als zwaarste marathon kan de Untertage (=ondergrondse) marathon van Sondershausen noemen. Deze heb ik met Jeroen Kuilman afgelegd. Het was een combinatie van factoren die deze marathon zo zwaar maakte. Allereerst was het grote temperatuurverschil met de buitenlucht (meer dan 25 graden), de gortdroge lucht en het zeer steile parcours (met stijgingspercentages tot voorbij de 27%). Enkele foto’s van Jeroen en mij na de marathon spraken boekdelen. Er waren ook zware marathons vanwege het warme weer. In dat geval luidt het klassement: Cahors (37 graden), Wenen (32 graden), Azay le Rideau (ca 30 graden) en de Rotterdameditie van 2007 (plotseling 25 graden en nog geen bladeren aan de bomen).

contentmap_plugin

Tags: Landschappelijke marathons

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen